Home

Kraagspiegel_BT_Rood-Blauw.jpg (178034 bytes)VHK/MILVAKraagspiegel_BT_Rood-Blauw.jpg (178034 bytes)
Algemene informatie Nieuws Informatiebalie Tentoonstelling VHK/MILVA Geschiedschrijving Openingstijden Contact Routebeschrijving Links Disclaimer

 

In maart 2010 is, als gevolg van de sluiting van het Verbindingsmuseum te Ede, de collectie van de VHK/Milva verhuisd naar de Historische Collectie Bevoorrading & Transport. Deze unieke collectie geeft de bezoeker een goed beeld van de historie van de vrouw in de Koninklijke Landmacht.

Vrouwen Hulp Korps(VHK)/Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA)

De Vereniging Vrouwelijke Militairen KL heeft de in bezit zijnde verzameling,  na de sluiting van het Museum Verbindingsdienst te Ede waar de verzameling was ondergebracht, kunnen overbrengen naar de Historische Collectie Bevoorrading-&Transport. Daartoe is een expositieruimte ter beschikking gesteld en de verzameling is in langdurige bruikleen als gastcollectie overgedragen. Op deze wijze is het mogelijk in grote lijn de geschiedenis van het Vrouwen Hulpkorps (VHK) en de Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA) van het ontstaan van het VHK in 1944 tot de opheffing van de MILVA in 1982 een plaats te geven in het kader van de vrouwelijke militairen binnen de Koninklijke Landmacht (KL). Met ingang van 1 januari 1982 zijn de vrouwen in totaliteit volledig geïntegreerd binnen de Wapens en dienstvakken van de KL en kunnen verder in de geschiedschrijving ook binnen andere musea worden (of zijn al) opgenomen.

Vitrine VHK/Milva

1944 De Staf van het VHK in Londen

Het ontstaan van het eerste militaire Vrouwenkorps Koninklijke Landmacht, het Vrouwen Hulpkorps (VHK) in 1944

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat in Engeland een groot aantal Nederlandse vrouwen, die zich na de bevrijding van Nederland wilden inzetten bij de hulpverlening. In Rode Kruisverband waren reeds voorbereidingen getroffen, waarbij een belangrijke rol werd gespeeld door mevrouw C.E. Smit-Dyserinck, die later de eerste commandant van het Vrouwen Hulpkorps(VHK) zou worden. Vele vrijwilligsters hadden zich reeds gemeld en werden in Rode Kruisverband geoefend. Zij waren ook afkomstig uit Suriname, Curaçao en de Verenigde Staten van Noord Amerika en hadden de overtocht over de Atlantische Oceaan naar Engeland gemaakt.

Teneinde een daadwerkelijke inzet in militair verband mogelijk te maken verscheen de ‘Hulpkorpsbeschikking’ van 20 december 1943 van de Nederlandse minister van Oorlog, Jhr. Ir. O.C.A. van Lidth de Jeude, waarbij in Engeland het eerste Nederlandse Vrouwenkorps tot stand kwam dat de militaire status kreeg. Het korps kreeg de naam (Vrijwillig) Vrouwen Hulpkorps en maakte deel uit van de Koninklijke Landmacht. Een warme pleitbezorger was de generaal  Mr. Kruls.

De eerste verbandakte werd op 25 april 1944 getekend door mevrouw C.E. Smit-Dyserinck en deze datum geldt officieel als de datum van intrede van de vrouwelijke militair binnen de Koninklijke Landmacht.

De voorbereiding voor de inzet en de overtocht naar België

Ter voorbereiding van de beoogde overtocht naar België werden de leden van het VHK gegroepeerd in een opleidingskamp in Wolverhampton. Het programma bestond uit gymnastiek, exercitie, kaartlezen, rijlessen, colonnerijden in 3- en 6-tons vrachtwagens, EHBO, gasmaskeroefeningen, krijgstucht, hygiëne, voedingsleer, cantinewerk etc. Bovendien werden de donkerblauwe Rode Kruisuniformen vervangen door kaki-uniformen van Canadese of Britse makelij. In de nacht van 24 op 25 oktober 1944 vertrok de colonne, bestaande uit 43 wagens, waaronder 18 drietonners en 12 ambulances vanuit Wolverhampton naar Londen, waar de VHK-sters werden ondergebracht in een tehuis van de Auxiliary Territorial Service. De chauffeuses reden de wagens naar  de haven in Tilbury van waaruit de overtocht naar Oostende in België gemaakt zou worden en er werd ingescheept op het LTS 159. Het weer was uiterst slecht en het schip kon de haven niet binnenvaren vanwege de vele scheepswrakken; bovendien verloor het schip die nacht het anker en dreef het af in de richting van mijnenvelden. Dit deed de kapitein besluiten naar Tilbury terug te keren. Op 13 november werd de overtocht voor de tweede maal aangevangen en konden op 14 november 1944 rond de 200 VHK-sters in Oostende ontschepen om in België en het zuiden van Nederland ingezet te worden.

Eind 1944 op de kade in Tilbury voor inscheping

Kasteel Bouvinge in Breda met bijgebouwen

 

Inzet van het VHK

Na aankomst in België werden daar en in het bevrijde zuiden van Nederland verkenningen uigevoerd en kregen de VHK-sters in ‘unitverband’ opdrachten uit te voeren. In België betrof het onder meer inzet in Leuven, Dendermonde en Ath en in Nederland Middelburg, Goes, Vlissingen, Zierikzee, Zeeuws-Vlaanderen, Neerbosch, Oudenbosch, Grave en Weert. Zij verleenden hulp aan evacuées, regelden voedseltransporten en hadden tevens als taak de bestrijding van scabiës en luizen en hielden cantinewewagens in bedrijf in nauwe samenwerking met de zogeheten ‘Queen’s Messengers’.

In april 1945 kreeg het VHK als standplaats Breda en wel op kasteel Bouvigne met bijgebouwen. Daar werden de nieuwe lichtingen VHK opgeleid. Een aantal VHK-sters werd voor een zestal weken naar Engeland overgeplaatst om een opleiding te volgen tot instructeur bij het Engelse Vrouwenkorps, de ATS.

Na de officiële bevrijdingsdag, 5 mei 1945, duurde het nog tot 10 mei tot eindelijk de order kwam ‘all groups moving tomorrow morning’ en zo arriveerden de groepen op 11 mei onder meer in de grote steden Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage, Utrecht en Deventer. De georganiseerde kindertransporten vanuit de door honger getroffen gebieden werden veelal door VHK-sters begeleid.

In september 1947 verliet het VHK Breda en werd het Korps gecentraliseerd in het Prinses Julianakamp te Kijkduin.

Het verdere verloop van het Militaire Vrouwen Korps

De ervaring van de eerste jaren van het VHK waren zodanig dat besloten werd tot definitieve handhaving van het Korps. In de periode 1945-1947 werd een groot aantal leden VHK uitgezonden naar Egypte (Ataka) voor kledingvoorziening bij de repatriëring van Nederlandse families uit het voormalig Nederlands-Indië. Tussen 1945-1951 werd het VHK ingezet in Nederlands-Indië in een  ziekenhuis te Medan en verder o.a. in Batavia en Bandoeng (1 Div 7 Dec) en in 1954-1955 diende een aantal binnen de geneeskundige dienst in Nieuw Guinea. Tijdens de Koreaanse oorlog (1950-1954) werd een aantal verpleegkundigen onder de vlag van de VN uitgezonden naar Korea en Japan. 

De naam Hulpkorps deed geen eer meer aan de inzet van vrouwelijke militairen en zo werd het VHK opgeheven om plaats te maken voor het Korps onder de nieuwe naam Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA), dat bij Koninklijk Besluit van 30 oktober 1951 werd opgericht. Daarbij werd tevens het in 1946 ontstane Nederlands Verpleegsterskorps der Landmacht (NVKL), een korps dat in feite een semi-militaire status had, opgeheven. Het personeel van de opgeheven korpsen verliet of de militaire dienst of ging op grond van overgangsbepalingen over naar de MILVA, hetgeen zijn beslag kreeg per 1 juli 1952.

Na tal van reorganisaties bestond de MILVA uiteindelijk uit twee Onderafdelingen, die van de Algemene Dienst en de Geneeskundige Dienst, ieder met een eigen Commandant. Leden van de MILVA waren administratief ondergebracht bij het Korps, maar vervulden functies binnen de Koninklijke Landmacht, op Internationale Staven, bij inzet in VN-verband of anderszins, bv. Libanon en Syrië. Niet alle functies waren toegankelijk voor vrouwen; de inzet betrof o.a. functies op (hoger) administratief gebied, binnen de luchtdoelartillerie, verbindingsdienst, intendance/logistiek waaronder voedingsadviseuses en kokspersoneel, aan- en afvoertroepen en vrijwel alle functies binnen de geneeskundige dienst. Functies bij de parate gevechtseenheden waren echter uitgesloten. Op grond van de individuelevooropleiding, voortgezette (militaire) scholing en interesse en vooral grote persoonlijke inzet konden specifieke functies binnen de KL worden bekleed.

 

Prinses Julianakamp, Kijkduin

De laatste dag enveloppe sloot de periode 1944 tot 1 januari 1982 af

Gevolgen van het verdrag van New York 1953

Dit verdrag werd door Nederland eerst in 1968 ondertekend en op 2 april 1971 trad het verdrag als Rijkswet in werking. Artikel 3 van het Verdrag luidde: ‘vrouwen zijn gerechtigd op gelijke voet met mannen een overheidsambt te bekleden en alle ingevolge nationale wetgeving ingestelde overheidsbetrekkingen te vervullen en wel zonder onderscheid’. Dit Artikel werd vertaald in ‘hef de vrouwenkorpsen op en integreer de vrouw in de krijgsmacht’. Er volgden nog jarenlange onderhandelingen, die uiteindelijk leidden tot het in 1978 openstellen van de beroeps-Opleidingsinstituten voor officieren en onderofficieren. Vrouwelijke militairen, die een contract hadden bij de MILVA konden bij einde contract de militaire dienst verlaten of op verzoek overgaan naar een van de Wapens en dienstvakken van de KL. Nieuwelingen werden daar direct ingedeeld.

Per 1 januari 1982 had alles zijn beslag gekregen en werd de MILVA opgeheven.

Nadere info met betrekking tot de historie van de vrouw in de KL is verkrijgbaar via e-mail van de voorzitter Vereniging Vrouwelijke Militairen KL: staf0002@planet.nl

Zend een E-mail naar info@intendancemuseum.nl met vragen of commentaar over de site van de Historische Collectie Bevoorrading- & Transport.
Laatste update was op 29 april 2010 om 19:09 uur.